Weer zo vroeg gestart, dat bevalt echt goed. Ik fiets eerst verder door een hele string van kleine wijndorpen, de een nog schattiger dan de ander, maar Eguisheim slaat echt alles. Daar voelde ik me alsof ik door een poppenhuis liep. Maar ze hadden er lekkere koffie met croissant en een fijne wc, dus Eguisheim kan wat mij betreft blijven. Daarna kwam de grote oversteek naar de Rijn over lege, rechte provinciale wegen, doodsaai, brandende zon. Gelukkig had ik een luisterboek om me daar doorheen te trekken. Daarop volgde een lineaalrecht pad door lang bos, je hoort alleen maar vogels, licht en schaduwspel, heerlijk.
En nu zit ik, al 75 km achter me, te lunchen met quiche en meloen aan een kanaal (Rhin – Rhone) waar ik zo mijn camping hoop te vinden. Er is hier zelfs een kraan met drinkwater om het meloensap van mijn smoel te spoelen.
De camping blijkt wel zeer strikt want receptie is gesloten tussen 11 en 14, maar ze willen me ook alleen maar binnenlaten nadat ik me ingeschreven heb, dus ik moet wachten tot 14.00. Om redenen van securité zeiden ze nog. Beledigend!









